De wetenschap ver vooruit

Tufail Blogs, News

Het begin is er, 120 aanmeldingen. Het voelt al als een succes als ik verneem hoeveel belangstelling er is voor wat een minisymposium contract management bij de TU Delft zou zijn. Binnen no time is mini uitgegroeid tot maxi.

Het is inderdaad al druk als ik binnenstap, veel bekende maar gelukkig ook de nodige onbekende gezichten. Zenuwachtige studenten en enkele triomfantelijke pas afgestudeerden die mogen vertellen over hun werk. Daar draait het om: hun bespiegelingen op contract management en een paneldiscussie met deskundigen die vertellen waarom hun bijdrage zo wezenlijk is en wat het vak van de contractmanager eigenlijk zo diffuus maakt.

Ik hoor verschillende geluiden: ‘Het is mensenwerk. Het is belangrijk om ervaringen aan beide zijden van de tafel te hebben. De rol van de klant past niet bij de contractvorm: teveel controle, omdat de verantwoording voor het uitgeven van belastinggeld zwaarder weegt dan het vertrouwen dat het goed komt.’
Ik hoor ook dat het ongerieflijk is voor aannemers om samen te werken zonder gezonde kasstroom. Lijkt me logisch, maar er zit meer achter. De discussie zwelt aan: samenwerking als uitkomst, niet als oorzaak. Omdat we elkaar niet begrijpen, omdat de eisen in het contract tegenstrijdig zijn en omdat we incompetent zijn, kunnen we niet samenwerken. En niet andersom.
Nu komen we ergens, denk ik.

Ik merk namelijk in de projecten steeds vaker dat met alle goede bedoelingen van de marktvisie, we ons ook laten gijzelen door het feit dat er een gebrek aan gezonde samenwerking is tussen markt en overheid. Zoeken naar de heilige graal van onvoorwaardelijke gelijkgestemdheid die als een kaartenhuis in elkaar dondert bij de minste weerstand. Wat is er nou toch zo moeilijk aan gewoon doen waar je voor bent besteld?
Ik denk aan Plato. In zijn dialoog Republic wordt de vraag gesteld: wat is rechtvaardigheid?
Hij stelt dat wat we het meest willen is onrechtvaardig zijn en ermee wegkomen, zonder de angst voor represailles. Wat we het meest willen vermijden is onrechtvaardig behandeld worden door anderen. Zonder de mogelijkheid die onrechtvaardigheid met gelijke munt te betalen.
Om deze extremen te beheersen is er gerechtigheid. Gevat in het opstellen van wetten, convenanten en in ons geval contracten. Contracten zijn er -lijkt het wel – om ons te beschermen tegen de oerdriften. Lijkt me lastig, omdat in de praktijk bijna niemand die dingen leest. Zou het daaraan kunnen liggen?
Ik herinner me projecten waarin de befaamde 3 letter afkorting RFC (read the final contract) dagelijks naar iemands hoofd werd geslingerd. In het heetst van de strijd verloor het middelste woord het daarbij wel eens van de krachttermvariant.

Dan valt het verlossende woord: wanneer ben je een goede contract manager? …als er geen gedoe is.
Van dat soort klare taal word ik blij. Al moet ik me direct daarna wel achter de oren krabben als ik denk aan mijn projecten waar er vaak gedoe is.
Gedoe is soms ook goed. Cruijff zei: soms moet er wat gebeuren voordat er iets gebeurt. Daarom is gedoe goed.

Dat is wat mij betreft ook de essentie van het symposium. We modderen in de praktijk al ruim een decennium aan met de IPM rollen, maar een feitelijke wetenschappelijke onderbouwing van die rollen – in casu de rol van de contract manager – ontbreekt volledig. Daar wordt nu aan gewerkt. Daarmee loopt de praktijk naar mijn weten voor het eerst voor op de wetenschap. Learning by doing – maar dat is niet erg als ik aan Cruijff denk.